Het wordt pas echt relaxed als je dvd-speler straks meteen op je tv past. Check daarom eerst welke aansluiting je tv nog vrij heeft. Dan blijft het daarna simpel: kabel erin, op je tv de juiste bron kiezen, klaar. Pas daarna is het logisch om een dvd speler bestellen. Zo voorkom je dat je straks kabels moet wisselen of moet zoeken waarom je wel “iets” ziet, maar geen beeld of geluid.
1) Kijk achter je tv: welke ingang is echt vrij?
Als je weet welke ingang je direct kunt gebruiken, voorkom je dat je later apparaten moet loshalen of alsnog moet puzzelen. Het doel is simpel: aansluiten en draaien, zonder omwegen. Kijk dus niet alleen welke poort je tv heeft, maar vooral welke je echt kunt gebruiken zonder iets anders eruit te trekken.
HDMI: één kabel, weinig gedoe
HDMI is handig omdat beeld en geluid via één kabel gaan. Kies je een dvd-speler met HDMI, dan hoef je niet apart met audio te rommelen. Heb je weinig HDMI-poorten over, bedenk dan vooraf of je het oké vindt om af en toe te wisselen, of dat je liever één poort “reserveert” voor je dvd-speler. Dat scheelt later irritatie als je snel wilt starten.
Scart: werkt, maar voelt ouderwets
Heeft je tv nog scart vrij, dan kun je daar prima op aansluiten. Een dvd-speler met scart zorgt dat je direct goed zit, zonder te hopen dat een extra kabeltje het oplost. Houd wel rekening met het praktische: scart is een grote stekker en kan onhandig zitten achter je tv. Ook kan het beeld minder scherp ogen dan via HDMI, dus als je beide opties hebt, is HDMI vaak de makkelijkste route.
2) Bepaal wat je echt gaat afspelen
Kies vooral op wat je echt gebruikt, dan blijft de bediening simpel. Kijk je alleen dvd’s, dan is een eenvoudige speler vaak precies wat je wil: schijf erin, play, klaar. Extra functies die je toch niet gebruikt (zoals USB) leveren soms vooral extra menu’s en extra stappen op.
Wil je wél via USB afspelen, check dan vooraf wat er in de productinfo staat over ondersteunde bestanden. Dat scheelt frustratie, zoals mappen die wel zichtbaar zijn maar niet starten, of wel beeld zonder geluid. Let dus op wat expliciet genoemd wordt (bijvoorbeeld mp3 of jpeg), zodat je bestanden thuis doen wat je verwacht.
3) Regio/codering en gebrande schijven: even meenemen in je keuze
Heb je dvd’s uit het buitenland of een stapel zelf gebrande schijven? Dan wil je niet pas bij het afspelen ontdekken dat juist die ene schijf weigert. Door dit vooraf mee te nemen, sluit je beter aan op je eigen collectie.
– Import-dvd’s: sommige schijven hebben regiocodes. Als regio/codering in de specificaties genoemd wordt, geeft dat je vooraf duidelijkheid en voorkom je verrassingen.
– Zelf gebrande dvd’s: de ene speler speelt ze moeiteloos af, de andere is kieskeuriger. Als in de productinfo dvd-r/rw genoemd wordt bij de afspeelmogelijkheden, heb je meer zekerheid dat je gebrande schijven werken.
4) Gebruiksgemak: dit voel je elke keer dat je op play drukt
Gebruiksgemak merk je elke avond opnieuw. Denk aan een afstandsbediening met duidelijke knoppen (play/pauze/stop), een menu dat vlot reageert bij terugspoelen, en een speler die tijdens het afspelen niet onnodig aanwezig is.
Twijfel je tussen twee opties? Maak het jezelf makkelijk en kies vooral op (1) de aansluiting die je vrij hebt (HDMI of scart) en (2) wat je echt gaat afspelen (alleen dvd of ook USB). Dan is het thuis gewoon: film aan, voeten omhoog.
